Vaak gestelde vragen

203 resultaten gevonden

Pagina's

Aan welke voorwaarden moeten meerderjarige kinderen, die uit het buitenland overkomen, voldoen als ze in een al toegewezen sociale huurwoning willen wonen?

Door de vereniging van het begrip ‘huurder’ (artikel 91, §1, 1° VWC) beschouwt u alle andere gezinsleden dan de huurder(s), als ‘bijwoner’.

Bijwoners, en in dit geval meerderjarige kinderen, moeten niet voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.

U moet wel rekening houden met de rationele bezetting van de woning. 


 

Aan wie rekent u de kosten door voor het verwijderen van zwerfafval, veroorzaakt door sluikstorten?

Als sluikstorten op een publieke plaats gebeurt, kan de politie of de GAS-ambtenaar optreden. De Vlaamse overheid maakte in het verleden een interessante informatiefolder (pdf) over sluikstorten. Maar wat kan u doen als het sluikstorten plaatsvindt in de gemeenschappelijke delen van een appartementsgebouw, waarin u één of meerdere appartementen verhuurt?

Als u de dader van het sluikstorten kunt identificeren, dan mag u de kosten voor de verwijdering van het afval en de (eventuele) schoonmaakkosten aan hem doorrekenen. U moet wel kunnen aantonen dat hij de dader is. De dader kan één van uw huurders zijn, maar evengoed ook een niet-huurder. 

In de meeste gevallen is het echter moeilijk te achterhalen wie de dader van het sluikstorten is. In zo’n geval kunt u moeilijk de kosten doorrekenen aan één of meerdere huurders. Een huurder moet geen schadekosten op zich nemen, die door een andere huurder of door een derde veroorzaakt zijn.

Soms kunt u de kosten voor het opruimen en schoonmaken wel doorrekenen aan de huurders. Dat kan wanneer het afval er gekomen is doordat de huurders lange tijd hun verplichting tot het opruimen en het onderhouden van de gemeenschappelijke delen niet zijn nagekomen, waardoor het afval is beginnen op te stapelen. Is het afval er plotseling gekomen doordat een onbekende het gestort heeft, dan valt het opruimen niet onder de huurdersverplichting van het normaal onderhoud. 

 

update: 05/05/2021

 

Actualisatie: enkele veelvoorkomende vragen

Minstens elk oneven jaar bent u verplicht uw inschrijvingsregister te actualiseren. Zo blijft uw wachtlijst up-to-date. Wij bundelden voor u de meest voorkomende vragen. 

Waar vind ik alle regelgeving? 

De basisprincipes staan in artikel 1011 en 12 van het Ministerieel Besluit tot bepaling van nadere regels voor het vaststellen, de wijze van bijhouden, de inhoud en het actualiseren van het inschrijvingsregister voor kandidaat-huurders van 30 juli 2008. 

Moet u, behalve de inkomensvoorwaarde, nog andere inschrijvingsvoorwaarden controleren? 

Neen: u toetst bij actualisering alleen de inkomensvoorwaarde af. Stelt u vast dat de kandidaat-huurder niet voldoet aan andere inschrijvingsvoorwaarden? Dan kunt u hem er alleen op wijzen dat hij bij een toewijzing aan alle toelatingsvoorwaarden moet voldoen. 

Moet u het inkomen indexeren?

U vergelijkt het inkomen van de kandidaat met de inkomensgrenzen uit het actualisatiejaar. 

De grenzen vindt u in art. 6.13 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen of voor verhoogde inkomensgrenzen (zoals van kracht voor 1 maart 2017) in art. 29, §2 van het Kaderbesluit Sociale Huur

Deze grenzen worden net zoals het inkomen geïndexeerd.

Het referentie-inkomen indexeert u volgens de gezondheidsindex van de maand juni van het jaar dat aan de toepassing ervan voorafgaat, met als basis de maand juni van het jaar waarop het referentie-inkomen betrekking heeft. (art. 6.2 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen).

U vindt deze bedragen in een Excel op Woonnet (aanmelden nodig).

Moet ik mijn actualisatiebrief naar het buitenland verzenden als een kandidaat-huurder verhuisde?

De actualisatiebrief verzendt u naar het laatst bekende adres van de kandidaat-huurder in het rijksregister, tenzij hij u uitdrukkelijk vroeg om de briefwisseling naar een ander adres te verzenden.

Ligt het laatst bekende adres in het buitenland? Dan verzendt u de actualisatiebrief dus naar het buitenland.

Naar welk adres verzend ik mijn actualisatiebrief als de kandidaat-huurder ambtshalve geschrapt is?

U verstuurt de actualisatiebrief naar het laatst gekende adres in het rijksregister, tenzij de kandidaat-huurder u uitdrukkelijk vroeg om de briefwisseling naar een ander adres te verzenden (zie artikel 10 van het Ministerieel Besluit van 30 juli 2008  en art. 6.10 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen).

Wat is de alternatieve werkwijze? Wanneer kan ik deze gebruiken?

Bij de alternatieve werkwijze zal de kandidaat-huurder alleen moeten reageren als de informatie uit de Kruispuntbank Sociale Zekerheid onjuist blijkt te zijn of als hij zijn keuzes wilt wijzigen. U bent dan ook niet verplicht om een herinneringsbrief te sturen.

Deze werkwijze werd toegevoegd aan artikel 10 van het Ministerieel Besluit van 30 juli 2008.  

 

Art. 10 van het Ministerieel Besluit van 30 juli 2008 

Art. 11 van het Ministerieel Besluit van 30 juli 2008 

Art. 12 van het Ministerieel Besluit van 30 juli 2008 

Art. 6.10 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen 

 

update: 05/05/2021

Als een kandidaat-huurder niet voldoet aan de inkomensvoorwaarde, kunt u ook kijken naar het actueel besteedbaar inkomen (ABI). Wie komt hiervoor in aanmerking?

Enkel voor de kandidaat-huurder die in collectieve schuldbemiddeling, budgetbegeleiding of budgetbeheer is, kunt u bij inschrijving en toewijzing het actueel besteedbaar inkomen gebruiken. 
 
In de praktijk wordt er naar het Netto Belastbaar Inkomen (NBI) van drie van de laatste zes maanden gekeken. Eventuele schuldaflossingen, alimentatiegelden en vrijgestelde inkomsten trekt u van dit netto belastbaar inkomen af. 
Voor een kandidaat-huurder waarbij geen van deze drie ´kosten´ kunnen worden afgetrokken, zal het ABI gelijk zijn aan het NBI.  
 
De huurprijsberekening houdt geen rekening met het actueel besteedbaar inkomen. 

  

 

Update: 28/04/2021

Art.29 van de typehuurovereenkomst bepaalt dat de verhuurder een brandverzekering afsluit met afstand van verhaal voor de huurwoningen. Hoe is dit bij de huurovereenkomst van voor 1 januari 2008?

Het afsluiten van die verzekering is enkel voorzien in de typehuurovereenkomsten van na 1 januari 2008. U moet een dergelijke verzekering enkel afsluiten voor de huurders met een huurovereenkomst van na 1 januari 2008.

Bent u verplicht een schriftelijke garantie of borgstelling van het OCMW te aanvaarden als waarborg voor de sociale huurwoning?

Ja. Als een OCMW zich borg of garant stelt, moet u dit als waarborg aanvaarden. De kandidaat-huurder heeft het recht om de waarborg door deze garanties te vervangen. Het doel van de huurwaarborg (garantie dat huurderverplichtingen nageleefd worden) is zo bereikt.  

 

Art. 6.61 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen 

 

update: 29/04/2021

Betekent ‘de gemeente waar de betrokken woning ligt’ dat de woningen fysiek voorbehouden worden voor de versnelde toewijzing volgens art.6.25 §2 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen?

Neen. De betekenis is: de gemeente waar de toewijzing kan gebeuren. 

 

De kandidaat-huurder heeft een verkoopscompromis getekend om zijn eigendom te verkopen. Is dit voldoende om aan de eigendomsvoorwaarde voor een sociale huurwoning te voldoen?

Neen. Een compromis is niet tegenstelbaar aan derden. De notaris moet de akte eerst verlijden. Pas dan is de eigendomsoverdracht bindend voor uw SHM of SVK en ten aanzien van iedereen. De kandidaat-huurder voldoet dus pas aan de eigendomsvoorwaarde, als de akte verleden is. 

 

 

De oorspronkelijke huurder betaalde de volledige huurwaarborg in handen van de verhuurder, maar verlaat nu de sociale huurwoning. Intussen is er een rechtmatige huurder bijgekomen. Krijgt de vertrekkende huurder zijn waarborg terug?

Dit is niet verplicht, maar een keuze. 

Het uitgangspunt is dat de vertrekkende huurder zijn waarborg niet terug krijgt. U behoudt de waarborg. De overblijvende huurder betaalt het bedrag aan de vertrekkende huurder. Dit moeten ze onderling regelen. 

Als alle partijen akkoord zijn, kunt u ook kiezen om de waarborg terug te betalen aan de vertrekkende huurder en de overblijvende huurder een nieuwe waarborg te vragen. Deze overeenkomst legt u best schriftelijk vast. Alle partijen tekenen dan voor akkoord. 

 

De waarborg voor de sociale huurwoning is maximaal 2 maanden huurprijs. Hoe berekent u de bovengrens?

De maximale bovengrens is 800 euro (dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd en u vindt het exacte bedrag op Woonnet). 

 

update: 04/05/2021

Pagina's