Vaak gestelde vragen

223 resultaten gevonden

Pagina's

Aan welke criteria moet een woning voldoen opdat u 17 punten toekent aan de kandidaat-huurder die in een woning woont die onaangepast is aan zijn fysieke gesteldheid? En welke bewijsstukken heeft u hiervoor nodig?

Binnen het SVK-puntensysteem kunt u 17 punten toekennen aan een kandidaat-huurder die in een woning woont die onaangepast is aan zijn fysieke gesteldheid[1]. Om de onaangepastheid van een woning te beoordelen, hanteert u de mobiliteitscriteria die worden gebruikt om de huursubsidie van onbepaalde duur (voor 65-plussers en personen met een ernstige handicap) toe te kennen. In het kader van de woonnoodpunten wordt een woning als onaangepast aan de fysieke gesteldheid beschouwd als de woning aan (minstens) één van de vier mobiliteitscriteria niet voldoet. Deze mobiliteitscriteria staan vermeld in art. 5.166 §2 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen (BVCW) en in art. 12 van het ministerieel besluit tot nadere precisering van de voorwaarden waaronder een tegemoetkoming in de huurprijs [voor woonbehoeftige huurders wordt verleend als vermeld in artikel 5.164, § 1, zesde lid, van het BVCW van 2021, (verv. MB 3 december 2021, art. 39, I: 1 januari 2021)] en tot vaststelling van [de mobiliteitscriteria, vermeld in artikel 5.166, § 2, van het voormelde besluit. Deze mobiliteitscriteria worden hieronder nog verder toegelicht:

  1. de technische uitrusting in de woning: de woning beschikt over voldoende technische uitrusting die de zelfredzaamheid van de huurder of het inwonende gezinslid bevordert met het oog op zelfstandig wonen en maatschappelijke integratie;
  2. de toegankelijkheid van de vertrekken in de woning: de keuken, badkamer, slaapkamer, leefkamer en toilet zijn toegankelijk via gelijkvloerse verbindingen zonder niveauverschillen en als een rolstoelgebruiker in de woning woont, is er voldoende circulatieruimte in en tussen deze verschillende lokalen;
  3. de toegankelijkheid van de woning en de bereikbaarheid vanaf het openbaar domein: de woning is veilig bereikbaar vanaf de openbare weg via een voldoende brede toegangsweg zonder noemenswaardige trappen of hellingen. Als er een rolstoelgebruiker in de woning woont, is de toegang vanaf de openbare weg tot de woning aangepast voor zelfstandig rolstoelgebruik;
  4. de aanwezigheid van aan het wonen complementaire functies in de omgeving van de woning: binnen een loopafstand van 600 meter is er een aanbod van voorzieningen zoals openbaar vervoer, winkels en gezondheidszorg.

Welke bewijsstukken heeft u nodig voor deze woonnoodcategorie?

Om punten te kunnen toekennen voor de woonnoodcategorie ‘woning onaangepast aan de fysieke mogelijkheden van een bejaarde of van een persoon met een handicap’ heeft u in eerste instantie een bewijsstuk nodig, dat vaststelt dat de woning niet voldoet aan (minstens) één van de vier vermelde mobiliteitscriteria. Deze bewijsstukken zijn:

  • technisch verslag van het conformiteitsonderzoek
  • (of) attest van de woonwinkel
  • (of) attest van de huisvestingsambtenaar
  • (of) het SVK stelt de onaangepastheid van de woning aan de fysieke gesteldheid zelf vast als het niet kan worden vastgesteld via de bovenstaande manieren

Een doktersattest of een medisch attest kan een aanvullend element zijn, maar u kunt een kandidaat-huurder geen 17 punten woonnood toekennen voor ‘woning onaangepast aan de fysieke gesteldheid’ louter op basis van een doktersattest. De redenering hierachter is dat er een instantie moet zijn die de onaangepastheid van de woning vaststelt en die ook over de nodige expertise beschikt om deze vaststelling te doen. Een dokter zal deze vaststelling niet (kunnen) doen.

Meer uitleg en duiding leest u in de tekst woonnood op het SVK-intranet.

 

Update: 14/09/2021

Geldt voor een SVK.

Aan welke voorwaarden moeten meerderjarige kinderen, die uit het buitenland overkomen, voldoen als ze in een al toegewezen sociale huurwoning willen wonen?

Door de vereniging van het begrip ‘huurder’ (artikel 91, §1, 1° VWC) beschouwt u alle andere gezinsleden dan de huurder(s), als ‘bijwoner’.

Bijwoners, en in dit geval meerderjarige kinderen, moeten niet voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.

U moet wel rekening houden met de rationele bezetting van de woning. 


 

Art. 6.1 van de Vlaamse Codex Wonen

 

Update: 09/07/2021

Geldt voor een SHM en een SVK.

Aan wie kent u de voorrang wegens onbewoonbaarverklaring toe, als een koppel uit elkaar gaat?

Een koppel schrijft zich in en geniet een voorrang door onbewoonbaarverklaring. Tijdens hun wachttijd gaan ze uit elkaar. Aan wie van hen kent u deze voorrang toe?  

Een voorrangscode door onbewoonbaarverklaring kan maar één keer tot een voorrang leiden (art. 6.19 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen). 

Wie van deze personen recht heeft op deze voorrang, hangt af van hoeveel kandidaat-huurders er blijven kandideren. 

Blijft er maar één kandidaat over? 

Wilt maar één kandidaat de inschrijving behouden? Dan behoudt deze persoon ook de voorrang. 

Blijven zij elk afzonderlijk kandidaat? 

Willen zij allebei hun inschrijving behouden? Dan komen zij allebei in aanmerking voor deze voorrangsregel. Zodra u aan één van hen een woning toewijst, kan de andere persoon geen aanspraak meer maken op deze voorrang. 

In de praktijk zal de voorkeur van de ligging, het type woning, de maximale huurprijs én desnoods het inschrijvingsnummer bepalen wie een toewijzing krijgt.  

 

Update: 12/06/2021

Geldt voor een SHM.

Aan wie rekent u de kosten door voor het verwijderen van zwerfafval, veroorzaakt door sluikstorten?

Als sluikstorten op een publieke plaats gebeurt, kan de politie of de GAS-ambtenaar optreden. De Vlaamse overheid maakte in het verleden een interessante informatiefolder (pdf) over sluikstorten. Maar wat kan u doen als het sluikstorten plaatsvindt in de gemeenschappelijke delen van een appartementsgebouw, waarin u één of meerdere appartementen verhuurt?

Als u de dader van het sluikstorten kunt identificeren, dan mag u de kosten voor de verwijdering van het afval en de (eventuele) schoonmaakkosten aan hem doorrekenen. U moet wel kunnen aantonen dat hij de dader is. De dader kan één van uw huurders zijn, maar evengoed ook een niet-huurder. 

In de meeste gevallen is het echter moeilijk te achterhalen wie de dader van het sluikstorten is. In zo’n geval kunt u moeilijk de kosten doorrekenen aan één of meerdere huurders. Een huurder moet geen schadekosten op zich nemen, die door een andere huurder of door een derde veroorzaakt zijn.

Soms kunt u de kosten voor het opruimen en schoonmaken wel doorrekenen aan de huurders. Dat kan wanneer het afval er gekomen is doordat de huurders lange tijd hun verplichting tot het opruimen en het onderhouden van de gemeenschappelijke delen niet zijn nagekomen, waardoor het afval is beginnen op te stapelen. Is het afval er plotseling gekomen doordat een onbekende het gestort heeft, dan valt het opruimen niet onder de huurdersverplichting van het normaal onderhoud. 

 

Update: 12/07/2021

Geldt voor een SHM en een SVK.

 

Actualisatie: enkele veelvoorkomende vragen

Minstens elk oneven jaar bent u verplicht uw inschrijvingsregister te actualiseren. Zo blijft uw wachtlijst up-to-date. Wij bundelden voor u de meest voorkomende vragen. 

Waar vind ik alle regelgeving? 

De basisprincipes staan in artikel 1011 en 12 van het Ministerieel Besluit tot bepaling van nadere regels voor het vaststellen, de wijze van bijhouden, de inhoud en het actualiseren van het inschrijvingsregister voor kandidaat-huurders van 30 juli 2008. 

Moet u, behalve de inkomensvoorwaarde, nog andere inschrijvingsvoorwaarden controleren? 

Neen: u toetst bij actualisering alleen de inkomensvoorwaarde af. Stelt u vast dat de kandidaat-huurder niet voldoet aan andere inschrijvingsvoorwaarden? Dan kunt u hem er alleen op wijzen dat hij bij een toewijzing aan alle toelatingsvoorwaarden moet voldoen. 

Moet u het inkomen indexeren?

U vergelijkt het inkomen van de kandidaat met de inkomensgrenzen uit het actualisatiejaar. 

De grenzen vindt u in art. 6.13 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen of voor verhoogde inkomensgrenzen (zoals van kracht voor 1 maart 2017) in art. 29, §2 van het Kaderbesluit Sociale Huur

Deze grenzen worden net zoals het inkomen geïndexeerd.

Het referentie-inkomen indexeert u volgens de gezondheidsindex van de maand juni van het jaar dat aan de toepassing ervan voorafgaat, met als basis de maand juni van het jaar waarop het referentie-inkomen betrekking heeft. (art. 6.2 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen).

U vindt deze bedragen in een Excel op Woonnet (aanmelden nodig).

Moet ik mijn actualisatiebrief naar het buitenland verzenden als een kandidaat-huurder verhuisde?

De actualisatiebrief verzendt u naar het laatst bekende adres van de kandidaat-huurder in het rijksregister, tenzij hij u uitdrukkelijk vroeg om de briefwisseling naar een ander adres te verzenden.

Ligt het laatst bekende adres in het buitenland? Dan verzendt u de actualisatiebrief dus naar het buitenland.

Naar welk adres verzend ik mijn actualisatiebrief als de kandidaat-huurder ambtshalve geschrapt is?

U verstuurt de actualisatiebrief naar het laatst gekende adres in het rijksregister, tenzij de kandidaat-huurder u uitdrukkelijk vroeg om de briefwisseling naar een ander adres te verzenden (zie artikel 10 van het Ministerieel Besluit van 30 juli 2008  en art. 6.10 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen).

Wat is de alternatieve werkwijze? Wanneer kan ik deze gebruiken?

Bij de alternatieve werkwijze zal de kandidaat-huurder alleen moeten reageren als de informatie uit de Kruispuntbank Sociale Zekerheid onjuist blijkt te zijn of als hij zijn keuzes wilt wijzigen. U bent dan ook niet verplicht om een herinneringsbrief te sturen.

Deze werkwijze werd toegevoegd aan artikel 10 van het Ministerieel Besluit van 30 juli 2008.  

 

Art. 10 van het Ministerieel Besluit van 30 juli 2008 

Art. 11 van het Ministerieel Besluit van 30 juli 2008 

Art. 12 van het Ministerieel Besluit van 30 juli 2008 

Art. 6.10 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen 

 

Update: 12/07/2021

Geldt voor een SHM en een SVK.

Als een kandidaat-huurder niet voldoet aan de inkomensvoorwaarde, kunt u ook kijken naar het actueel besteedbaar inkomen (ABI). Wie komt hiervoor in aanmerking?

Enkel voor de kandidaat-huurder die in collectieve schuldbemiddeling, budgetbegeleiding of budgetbeheer is, kunt u bij inschrijving en toewijzing het actueel besteedbaar inkomen gebruiken. 

Het actueel besteedbaar inkomen wordt berekend over een periode van minimum drie van de zes maanden die aan de toepassing voorafgaat.

Het actueel besteedbaar inkomen is het verschil tussen enerzijds de som van het gezamenlijk belastbaar inkomen, de afzonderlijk belastbare inkomsten, het leefloon, de inkomensvervangende tegemoetkoming aan personen met een handicap en de van belasting vrijgestelde beroepsinkomsten uit het buitenland of verworven bij een Europese of internationale instelling.De som van de vrijgestelde inkomens, de effectief betaalde alimentatievergoeding en de effectief betaalde schuldaflossingen voor de referentieperiode worden hiervan afgetrokken.Voor de bepaling van het gezamenlijk belastbaar inkomen wordt alleen rekening gehouden met de reële eigen beroepsinkomsten.U houdt geen rekening gehouden met de overdraagbare verliezen.

U vindt hierover uitgebreide informatie terug in de Wegwijs sociale huur (pagina 139 onder 10.2 actueel besteedbaar inkomen).

De huurprijsberekening houdt geen rekening met het actueel besteedbaar inkomen (enkel voor SHM's). 

  

 

Update: 29/07/2021

Geldt voor een SHM en en SVK

Art. 6.36 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen bepaalt sinds 1 januari 2020 dat de verhuurder een brandverzekering afsluit met afstand van verhaal voor de huurwoningen. Geldt deze verplichting ook voor huurovereenkomsten afgesloten voor 1 januari 2020?

Door de inwerkingtreding van art.6.36 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen (voorheen art. 36ter KSH) op 1 januari 2020 vallen alle sociale huurcontracten onder deze bepaling. U moet een brandverzekering afsluiten met afstand van verhaal voor de huurwoningen. Deze verplichting geldt ook voor huurovereenkomsten die afgesloten zijn voor 1 januari 2020.

 

Dit geldt niet voor onderhuurovereenkomsten die sociale verhuurkantoren afsloten voor 1 januari 2020. Zie art. 7.48, §2 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen.

 

Update: 09/07/2021

Geldt voor een SHM en een SVK.

Bent u verplicht een schriftelijke garantie of borgstelling van het OCMW te aanvaarden als waarborg voor de sociale huurwoning?

Ja. Als een OCMW zich borg of garant stelt, moet u dit als waarborg aanvaarden. De kandidaat-huurder heeft het recht om de waarborg door deze garanties te vervangen. Het doel van de huurwaarborg (garantie dat huurderverplichtingen nageleefd worden) is zo bereikt.  

 

Art. 6.61 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen

Art. 6.62 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen

 

Update: 03/08/2021

Geldt voor een SHM en een SVK.

Betekent ‘de gemeente waar de betrokken woning ligt’ dat de woningen fysiek voorbehouden worden voor de versnelde toewijzing volgens art.6.25 §2 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen?

Neen. De betekenis is: de gemeente waar de toewijzing kan gebeuren. 

 

De kandidaat-huurder heeft een verkoopscompromis getekend om zijn eigendom te verkopen. Is dit voldoende om aan de eigendomsvoorwaarde voor een sociale huurwoning te voldoen?

Neen. Een compromis is niet tegenstelbaar aan derden. De notaris moet de akte eerst verlijden. Pas dan is de eigendomsoverdracht bindend voor uw SHM of SVK en ten aanzien van iedereen. De kandidaat-huurder voldoet dus pas aan de eigendomsvoorwaarde, als de akte verleden is. 

 

Art. 6.12 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen 

 

Update: 09/07/2021

Geldt voor een SHM en een SVK.

 

Pagina's