Vaak gestelde vragen

226 resultaten gevonden

Pagina's

Wie kan vallen onder de definitie van persoon ten laste?

Volgens artikel 6.1, eerste lid, 4° BVCW:

19° persoon ten laste:

  1. het kind dat bij de persoon die zich wil inschrijven, de kandidaat-huurder of huurder gedomicilieerd is en dat minderjarig is of voor wie kinderbijslag of wezenbijslag wordt uitbetaald;
  2. het kind van de persoon die zich wil inschrijven, de kandidaat-huurder, de huurder of van een van de gezinsleden dat niet gedomicilieerd is bij de persoon die zich wil inschrijven, de kandidaat-huurder, de huurder of bij een van de gezinsleden, maar er op regelmatige basis verblijft en dat minderjarig is of voor wie kinderbijslag wordt uitbetaald;
  3. de persoon die beschouwd wordt als ernstig gehandicapt, of die op het ogenblik waarop hij met pensioen ging, beschouwd werd als ernstig gehandicapt. De minister stelt de voorwaarden hiervoor vast;

Om als persoon ten laste a) te worden beschouwd moet het gaan om een kind dat bij de (kandidaat-)huurder of persoon die zich wil inschrijven is gedomicilieerd en dat minderjarig is of voor wie kinderbijslag of wezenbijslag wordt betaald. Het moet dus niet per se om een kind van de huurder gaan. Het kan dus ook bv. een broer of zus of een minderjarige partner van de huurder zijn. Een meerderjarige partner die ook huurder is kan niet worden beschouwd als persoon ten laste aangezien die zelf huurder is.

Om als persoon ten laste b) te worden beschouwd moet het wel gaan om een kind van de (kandidaat-)huurder, persoon die zich wil inschrijven of van een van de gezinsleden en niet gedomicilieerd is bij die persoon maar er wel op regelmatige basis verblijft én dat minderjarig is of wie kinderbijslag wordt uitbetaald.

Een persoon ten laste c) kan ook de huurder zelf zijn, als die beschouwd wordt als ernstig gehandicapt.

Welke gevolgen heeft dit?

Volgens artikel 6.52, tweede lid BVCW houdt u geen rekening met het inkomen van een persoon die beantwoordt aan de definitie van persoon ten laste a) of b).

Toepassing van de bepalingen inzake gezinskorting uit artikel 6.51 BVCW:

  • voor een persoon ten laste a) en c) wordt een gezinskorting toegekend
  • voor een persoon die tegelijk beantwoordt aan de definitie van persoon ten laste a) en c) wordt een dubbele gezinskorting toegekend
  • voor een persoon ten laste c) die geen persoon ten laste is a) of b) is en die een familielid is van de eerste, tweede of derde graad van de huurder, wordt een dubbele gezinskorting toegekend
  • voor een persoon ten laste b) wordt een halve gezinskorting toegekend. Als de ouder bij wie die persoon is gedomicilieerd ook een sociale huurwoning huurt, wordt aan die ouder ook maar een halve gezinskorting toegekend
  • voor een persoon die tegelijk beantwoordt aan de definitie van persoon ten laste b) en c) wordt het dubbele van een halve gezinskorting, dus een hele gezinskorting, toegekend

 

Update: 13/07/2021

Geldt voor een SHM.

Wie mag er blijven wonen in de sociale woning bij een relatiebreuk?

Als het tot een relatiebreuk komt tussen zittende huurders, dan ontvangt u mogelijk de vraag wie er in de sociale woning verder mag blijven wonen. Kunt u zich hierover uitspreken? En waar moet u naar kijken?

Wie is huurder?

Het is eerst en vooral belangrijk om na te gaan wie er persoonlijk woonrecht heeft in de sociale woning. Enkel huurders kunnen persoonlijk woonrecht hebben, bijwoners niet.

Relatiebreuk tussen huurders

Als het tot een relatiebreuk komt tussen de huurders die allebei persoonlijk woonrecht hebben in de woning, dan is het aan hen onderling om te bepalen wie er in de woning kan of mag blijven. U houdt zich als verhuurder buiten deze discussie. Als beiden het onderling niet eens geraken, dan richten ze zich tot de familierechtbank of de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. De bevoegde rechtbank velt bij betwisting een finaal oordeel. 

Als het gaat om een relatiebreuk tussen de referentiehuurder en zijn feitelijke partner, die na de start van de huurovereenkomst is komen bijwonen, dan is het erg belangrijk dat u over een verklaring op eer beschikt waarin de referentiehuurder zijn feitelijke partner erkende. Een jaar na ondertekening van deze verklaring werd de feitelijke partner van rechtswege huurder (na aftoetsing van de toelatingsvoorwaarden samen met de referentiehuurder). Na dat jaar verwierf de feitelijke partner dus persoonlijk woonrecht. Als een verklaring op eer ontbreekt, dan bekijkt u in het huurdersdossier of er een ander bewijs is waarin de referentiehuurder zijn feitelijke partner erkende. Welke bewijsstukken er nodig zijn, leest u in deze FAQ. Als zo’n verklaring op eer of bewijs ontbreekt in het huurdersdossier, dan heeft de feitelijke partner geen persoonlijk woonrecht en beschouwt u deze als een duurzame bijwoner. Een bijwoner heeft geen persoonlijk woonrecht in de sociale woning. 

Relatiebreuk tussen huurder en bijwoner

Als het tot een relatiebreuk komt tussen een huurder en een bijwoner, dan is het enkel de huurder die persoonlijk woonrecht heeft en in de sociale woning mag blijven wonen. De bijwoner heeft dit persoonlijk woonrecht niet.

 

Update: 12/07/2021

Geldt voor een SHM en een SVK.

Wie moet de sociale huurovereenkomst ondertekenen?

De referentiehuurder en zijn wettelijke, gehuwde of feitelijke partner.

Alle andere personen die de sociale huurwoning mee gaan bewonen moeten de huurovereenkomst niet ondertekenen. 

 

Update: 12/07/2021

Geldt voor een SHM en een SVK.

Wie wordt beschouwd als huurder in een sociale woning?

  • de persoon die zich opgaf als toekomstig referentiehuurder
  • zijn gehuwde partner of wettelijke samenwoner (op voorwaarde dat die mee de sociale woning bewoont).  
  • zijn feitelijke partner (wanneer die bij aanvang de sociale woning bewoont of minstens één jaar de sociale woning bewoont en voldoet aan de toelatingsvoorwaarden) 

 

Update: 12/07/2021

Geldt voor een SHM en een SVK.

Wordt de bijwoonst van een asielzoeker beschouwd als een tijdelijke bijwoonst?

Ja.

Dit is een gevolg van een arrest van het Grondwettelijk Hof van 18 juni 2015.

Naar aanleiding van dit arrest werd een rondzendbrief van 16 januari 2015 herzien.

Een nieuwe rondzendbrief legt de interpretatie van het Hof uit:

 

Update: 12/08/2021

Geldt voor een SHM en een SVK

Wordt u verwittigd als een huurder een bouwgrond/woning verwerft?

Neen.

U wordt niet verwittigd als de zittende huurder een bouwgrond of eigendom verwerft.

 

Update: 12/07/2021

Geldt voor een SHM en een SVK.

Pagina's