Vaak gestelde vragen

237 resultaten gevonden

Pagina's

Wie heeft recht op een gezinskorting in de huurprijsberekening voor een sociale huurwoning?

Volledige gezinskorting 

  • ieder minderjarig kind of kind dat een gezinsbijslag of een wezentoelage krijgt en in de sociale huurwoning is gedomicilieerd 
  • iedere persoon die erkend is als ernstig gehandicapt of erkend was als ernstig gehandicapt op het ogenblik van pensionering 

Dubbele gezinskorting 

  • ieder minderjarig kind of kind dat een gezinsbijslag of een wezentoelage krijgt, in de sociale huurwoning gedomicilieerd is en ook erkend is als ernstig gehandicapt 
  • ieder gezinslid tot en met de derde graad met een ernstige handicap 

Halve gezinskorting 

  • voor een minderjarig kind of een kind dat gezinsbijslag krijgt en niet in de sociale huurwoning gedomicilieerd is, maar er wel op regelmatige basis verblijft.

De korting hangt af van een verklaring die beide ouders moeten ondertekenen. De ouder waar het kind is gedomicilieerd vermeldt hierin: 

  • of hij zelf een sociale huurwoning huurt en zo ja, bij welke verhuurder;
  • dat hij, als hij zelf sociale huurder is of zal worden van een verhuurder, een kopie van deze verklaring zal bezorgen aan zijn verhuurder;
  • dat hij, als hij verklaart zelf geen sociale huurwoning te huren, aan de verhuurder van de sociale huurwoning die de andere ouder huurt, de toestemming verleent om dat te controleren;
  • zijn inschrijvingsnummer bij de sociale zekerheid, om de controle, vermeld in punt 3, mogelijk te maken.

Blijkt uit de ondertekende verklaring of uit nader onderzoek dat het kind is gedomicilieerd in een andere sociale huurwoning? Dan ontvangen beide ouders een halve gezinskorting. 

 

Art. 6.51 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen 

 

Update: 01/03/2022

Geldt voor een SHM.
 

Wie kan vallen onder de definitie van persoon ten laste?

Regelgevend kader

Volgens artikel 6.1, eerste lid, 4° BVCW:

19° persoon ten laste:

  1. het kind dat bij de potentiële kandidaat-huurder, de kandidaat-huurder of huurder gedomicilieerd is en dat minderjarig is of dat recht geeft op gezinsbijslagen;
  2. het kind van de potentiële kandidaat-huurder, de kandidaat-huurder, de huurder of van een van de gezinsleden dat niet gedomiciliërd is bij de potentiële kandidaat-huurder, de kandidaat-huurder, de huurder of bij een van de gezinsleden, maar er op regelmatige basis verblijft en dat minderjarig is of dat recht geeft op gezinsbijslagen;
  3. de persoon die beschouwd wordt als ernstig gehandicapt, of die op het ogenblik waarop hij met pensioen ging, beschouwd werd als ernstig gehandicapt. De minister stelt de voorwaarden hiervoor vast;

Om als persoon ten laste te worden beschouwd, moet het gaan om:

a) een kind dat bij de (kandidaat-)huurder is gedomicilieerd of bij de persoon die zich wil inschrijven en dat minderjarig is of voor wie gezins- of wezenbijslag wordt betaald. Het moet dus niet per se om een kind van de huurder gaan. Het kan dus ook bijvoorbeeld een broer of zus of een minderjarige partner van de huurder zijn. Een meerderjarige partner die ook huurder is kan niet worden beschouwd als persoon ten laste aangezien die zelf huurder is.

b) een kind van de (kandidaat-)huurder, van een persoon die zich wil inschrijven of van één van de gezinsleden en dat niet gedomicilieerd is bij die persoon maar er wel op regelmatige basis verblijft én dat minderjarig is of wie gezinsbijslag wordt uitbetaald.

c) kan ook de huurder zelf zijn, als die beschouwd wordt als ernstig gehandicapt.

Alle geldige attesten voor invaliditeit zijn terug te vinden in artikel 2 Ministrieel besluit houdende uitvoering van een aantal bepalingen van boek 6 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

Praktisch kader 

 

Volgens artikel 6.52, tweede lid BVCW houdt u geen rekening met het inkomen van een persoon die beantwoordt aan de definitie van persoon ten laste a) of b).

Toepassing van de bepalingen inzake gezinskorting uit artikel 6.51 BVCW:

  • voor een persoon ten laste a)  wordt een gezinskorting toegekend

           (Als de andere ouder ook een sociale huurwoning huurt, wordt aan beide ouders maar een halve gezinskorting toegekend)

  • voor een persoon ten laste c) wordt een gezinskorting toegekend
  • voor een persoon die tegelijk beantwoord aan de definitie van persoon ten laste a) en c) wordt een dubbele gezinskorting toegekend
  • voor een persoon ten laste c) die geen persoon ten laste is a) of bà is en die een familielid van de eerste, tweede of derde graad van de huurder, wordt een dubbele gezinskorting toegekend
  • voor een persoon ten laste b) wordt een halve gezinskorting toegekend

(Als de ouder bij wie die persoon is gedomicilieerd ook een sociale huurwoning huurt, wordt aan die ouder ook maar een halve gezinskorting toegekend)

  • voor een persoon die tegelijk beantwoord aan de definitie van persoon ten laste b) en c) wordt het dubbele van een halve gezinskorting, dus een hele gezinskorting toegekend

Hoeveel de korting jaarlijks bedraagt kan u nalezen in de toelichting over de huurprijsberekening die u jaarlijks hier kan raadplegen.

  1. Moet een kind zijn dat in de sociale huurwoning gedomicilieerd is. Hoeft dus geen kind te zijn van de huurder of van een gezinslid van de huurder. Er is geen ouderband vereist.
  2. Moet een kind zijn van de huurder of van één van de gezinsleden die in de sociale huurwoning woont. Dit kan ook een pleegkind/adoptiekind zijn. Er is wel één ouderband vereist.
  3. De persoon die beschouwd wordt als ernstig gehandicapt, of die op het ogenblik waarop hij met pensioen ging, beschouwd wordt als ernstig gehandicapt.

 

Update: 01/03/2022

Geldt voor een SHM.

 

Wie mag er blijven wonen in de sociale woning bij een relatiebreuk?

Als het tot een relatiebreuk komt tussen zittende huurders, dan ontvangt u mogelijk de vraag wie er in de sociale woning verder mag blijven wonen. Kunt u zich hierover uitspreken? En waar moet u naar kijken?

Wie is huurder?

Het is eerst en vooral belangrijk om na te gaan wie er persoonlijk woonrecht heeft in de sociale woning. Enkel huurders kunnen persoonlijk woonrecht hebben, bijwoners niet.

Relatiebreuk tussen huurders

Als het tot een relatiebreuk komt tussen de huurders die allebei persoonlijk woonrecht hebben in de woning, dan is het aan hen onderling om te bepalen wie er in de woning kan of mag blijven. U houdt zich als verhuurder buiten deze discussie. Als beiden het onderling niet eens geraken, dan richten ze zich tot de familierechtbank of de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. De bevoegde rechtbank velt bij betwisting een finaal oordeel. 

Als het gaat om een relatiebreuk tussen de referentiehuurder en zijn feitelijke partner, die na de start van de huurovereenkomst is komen bijwonen, dan is het erg belangrijk dat u over een verklaring op eer beschikt waarin de referentiehuurder zijn feitelijke partner erkende. Een jaar na ondertekening van deze verklaring werd de feitelijke partner van rechtswege huurder (na aftoetsing van de toelatingsvoorwaarden samen met de referentiehuurder). Na dat jaar verwierf de feitelijke partner dus persoonlijk woonrecht. Als een verklaring op eer ontbreekt, dan bekijkt u in het huurdersdossier of er een ander bewijs is waarin de referentiehuurder zijn feitelijke partner erkende. Welke bewijsstukken er nodig zijn, leest u in deze FAQ. Als zo’n verklaring op eer of bewijs ontbreekt in het huurdersdossier, dan heeft de feitelijke partner geen persoonlijk woonrecht en beschouwt u deze als een duurzame bijwoner. Een bijwoner heeft geen persoonlijk woonrecht in de sociale woning. 

Relatiebreuk tussen huurder en bijwoner

Als het tot een relatiebreuk komt tussen een huurder en een bijwoner, dan is het enkel de huurder die persoonlijk woonrecht heeft en in de sociale woning mag blijven wonen. De bijwoner heeft dit persoonlijk woonrecht niet.

 

Update: 12/07/2021

Geldt voor een SHM en een SVK.

Wie moet de sociale huurovereenkomst ondertekenen?

De referentiehuurder en zijn wettelijke, gehuwde of feitelijke partner.

Alle andere personen die de sociale huurwoning mee gaan bewonen moeten de huurovereenkomst niet ondertekenen. 

 

Update: 12/07/2021

Geldt voor een SHM en een SVK.

Wie wordt beschouwd als huurder in een sociale woning?

  • de persoon die zich opgaf als toekomstig referentiehuurder
  • zijn gehuwde partner of wettelijke samenwoner (op voorwaarde dat die mee de sociale woning bewoont).  
  • zijn feitelijke partner (wanneer die bij aanvang de sociale woning bewoont of minstens één jaar de sociale woning bewoont en voldoet aan de toelatingsvoorwaarden) 

 

Update: 12/07/2021

Geldt voor een SHM en een SVK.

Wordt de bijwoonst van een asielzoeker beschouwd als een tijdelijke bijwoonst?

Ja.

Dit is een gevolg van een arrest van het Grondwettelijk Hof van 18 juni 2015.

Naar aanleiding van dit arrest werd een rondzendbrief van 16 januari 2015 herzien.

Een nieuwe rondzendbrief legt de interpretatie van het Hof uit:

 

Update: 12/08/2021

Geldt voor een SHM en een SVK

Wordt u verwittigd als een huurder een bouwgrond/woning verwerft?

Neen.

U wordt niet verwittigd als de zittende huurder een bouwgrond of eigendom verwerft.

 

Update: 12/07/2021

Geldt voor een SHM en een SVK.

Pagina's