Modelreglement voor het belasten van ongeschikte en onbewoonbare woningen

Beslissing Vlaams Parlement

Op 22 december 2016 besliste het Vlaams parlement om de Vlaamse heffing op ongeschikt- en onbewoonbaarheid vanaf het aanslagjaar 2017 niet meer te heffen in gemeenten met een eigen heffing op de woningen opgenomen in de Vlaamse inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, voor zover die gemeentelijke heffing voldoet aan bepaalde voorwaarden.

Deze beslissing is gebaseerd op de volle bevoegdheid en verantwoordelijkheid van het Vlaamse gewest inzake huisvesting in het algemeen en inzake het vrijwaren van het grondrecht op kwaliteitsvol wonen in het bijzonder. De fiscale handhaving voor ongeschikt- en onbewoonbaarheid is een essentieel element in het bewaken van dat grondrecht, aangezien het de eigenaar van een ongeschikte of onbewoonbare woning  (dwingend) stimuleert om de opgelegde renovatiewerkzaamheden uit te voeren. Vandaar de beleidskeuze om de Vlaamse heffing voor ongeschikt- en onbewoonbaarheid alleen stop te zetten in gemeenten die zelf een heffingsbeleid hebben ontwikkeld.  


Vermijden dubbele belasting

Met dit beleidsinitiatief is dan ook uitvoering gegeven aan de doelstelling uit de Beleidsnota Wonen (2014-2019) om als Vlaamse overheid een stap terug te zetten in de gemeenten die een relevante belasting op ongeschikt- en onbewoonbaarheid hebben. Op die manier kan een dubbele belasting, en een dubbele administratieve belasting voor de zakelijk gerechtigden, vermeden worden.  

De decreetgever geeft de gemeenten daartoe eerst en vooral machtiging tot het heffen van een gemeentelijke heffing op de woningen die zijn opgenomen in de Vlaamse inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen.

De minimumaanslag voor deze gemeentelijke belasting is:

  • 500 euro voor een kamer als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 10° bis, van de Vlaamse Wooncode;
  • 990 euro voor elke andere woning.

Vervolgens bepaalt het decreet dat de Vlaamse heffing niet meer geheven wordt in de gemeenten met een eigen belasting, op voorwaarde dat die gemeentelijke belasting minstens één van de voornoemde minimumbedragen respecteert.


Modelreglement en bijhorende toelichting

Om de gemeenten te ondersteunen bij het uitwerken (of aanpassen) van een gemeentelijk reglement voor het belasten van ongeschikte en onbewoonbare woningen heeft Wonen-Vlaanderen in samenwerking met het Agentschap voor Binnenlands Bestuur (ABB), de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) het Bestand Modelreglement belasting op ongeschikte en onbewoonbare woningen opgesteld. In de Bestand Toelichting bij modelreglement belasting op ongeschikte en onbewoonbare woningen vindt u ook de praktische gevolgen van deze decretale beslissing voor wat betreft volgende situaties:

  • Uw gemeente heeft al een gemeentelijke belasting op de woningen opgenomen in de Vlaamse inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen;
  • Uw gemeente heeft al een gemeentelijke belasting op ongeschikt- en onbewoonbaarheid, maar die is gebaseerd op een gemeentelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen;
  • Uw gemeente heeft geen gemeentelijke belasting op de woningen opgenomen in de Vlaamse inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, maar heft opcentiemen op de Vlaamse heffing;
  • Uw gemeente heeft noch een gemeentelijk belastingreglement, noch opcentiemen vastgesteld op de woningen opgenomen in de Vlaamse inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen. 


Inwerkingtreding

Deze regeling is bekrachtigd en afgekondigd door de Vlaamse Regering op 23 december 2016 en in werking getreden op 1 januari 2017.

Gemeenten die al een eigen belasting hebben of vanaf het volgende aanslagjaar een nieuwe heffing willen invoeren op de woningen opgenomen in de Vlaamse inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen moeten hun reglement vóór 31/03 van dat aanslagjaar aan Vlabel bezorgen, samen met de beslissing van de Gemeenteraad. Als het gemeentelijke belastingreglement voldoet aan de gestelde voorwaarden zal Vlabel vanaf dat aanslagjaar de Vlaamse heffing stopzetten.

Opgelet: voor de gemeentelijke reglementen die Vlabel niet tijdig bereiken blijft de Vlaamse heffing voor het betreffende aanslagjaar volledig doorlopen. Een latere gemeentelijke beslissing of kennisgeving zal dus maar gevolgen hebben op de Vlaamse heffing vanaf het volgende aanslagjaar.