Woonmaatschappijen: informatie voor lokale besturen

Tegen 1 januari 2023 moeten sociale huisvestingsmaatschappijen (SHM’s) en sociale verhuurkantoren (SVK’s) één woonactor vormen met maar één speler per gemeente: de woonmaatschappij.
Elke woonmaatschappij moet in een uniek, niet-overlappend werkingsgebied opereren. Om deze werkingsgebieden te bepalen, hebben de lokale besturen een trekkersrol gekregen.

Ten laatste op 31 oktober 2021 konden de lokale besturen een advies geven over het werkingsgebied waartoe ze wensten te behoren. Op basis van deze adviezen heeft de Vlaamse Regering op 4 februari 2022 in totaal 42 werkingsgebieden vastgelegd. Nu kunnen de woonactoren daadwerkelijk van start gaan met het proces om tot één woonmaatschappij te komen.

Juridisch kader 

Op 9 juli 2021 bekrachtigde de Vlaamse Regering het decreet houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen, dat het kader voor de vorming van de woonmaatschappij vastlegt. Op 10 september 2021 werd het gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad

Op 17 december 2021 werd het Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van verschillende besluiten over wonen goedgekeurd.

Op 4 februari 2022 werden de 42 Besluiten van de Vlaamse Regering tot de vaststelling van de werkingsgebieden goedgekeurd. (Kies bij 'Type Document' voor 'BESLUIT', en vul bij 'Datum van afkondiging' 2022-02-04 in. Klik op 'Opzoeking' en daarna op 'Lijst'.)

Vervolgtraject werkingsgebieden van woonmaatschappijen: stemrechtenverdeling

Stemverhoudingen tussen lokale besturen uit het werkingsgebied. 

Niet enkel de werkingsgebieden, maar ook de verdeling van de stemrechten van de gemeenten die deel uitmaken van het werkingsgebied in de Algemene Vergadering van de woonmaatschappij, dienen bij besluit van de Vlaamse Regering te worden vastgelegd. De Vlaamse Regering is daarbij verplicht om rekening te houden met de volgende 2 criteria:

  • de verhouding tussen het aantal sociale huurwoningen per gemeente (onder sociale huurwoning dient conform artikel 1.3, §1, 49° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 begrepen te worden: een hoofdverblijfplaats die wordt verhuurd of onderverhuurd door een sociaal verhuurkantoor, een sociale huisvestingsmaatschappij, het Vlaams Woningfonds, een OCMW of een gemeente);
  • de verhouding tussen het aantal huishoudens per gemeente.

De data die daarover nu voorhanden zijn kan u per gemeente opvragen via woonmaatschappij@vmsw.be of zelf opzoeken in Bestand deze draaitabel.

De Vlaamse Regering kan ook rekening houden met andere criteria die vermeld zijn in een advies van de gemeenteraad. Daarom vroeg de minister in zijn brief van 7 februari 2022 aan de lokale besturen een advies. Lokale besturen die een advies hebben ingediend samen met hun advies over het werkingsgebied waartoe ze wensten te behoren, kunnen dit advies hernieuwen of bijstellen, bijvoorbeeld in functie van de vormvereisten.

U bent niet verplicht om bijkomende criteria voor te stellen of zelf een gewicht voor te stellen dat aan de 2 verplichte criteria moet worden gegeven. Bij het ontbreken van een advies wordt ervan uitgegaan dat u akkoord gaat met de keuze van de Vlaamse Regering, die zich in dat geval zal baseren op de 2 criteria met een gewicht van 50% elk. 

Noteer ook dat het BVR van 17/12/2021 voorziet dat de gemeenten uit het werkingsgebied om een aanpassing van de verdeling van de stemrechten kunnen verzoeken in het eerste jaar dat volgt op de aanstelling van de nieuwe raad van bestuur na gemeenteraadsverkiezingen. Op dat moment kunnen de gemeenten vragen om een eenvoudige herberekening op basis van de gewijzigde brondata, of om bijkomende of andere criteria voorstellen die bij de onderlinge verdeling van de stemrechten moeten worden gebruikt, waardoor correcties op korte termijn mogelijk zijn. Zie ook verder onder 'Procedure wijziging stemrechten'.

Hoe een advies indienen? 

Het volstaat daarvoor om de gemeenteraadbeslissing uiterlijk op 13 mei 2022 via e-mail te bezorgen aan woonmaatschappij@vmsw.be. U vindt hier een Bestand model van gemeenteraadsbeslissing.

We raden het gebruik van het model van gemeenteraadsbeslissing sterk aan - vooral om fouten te vermijden - maar het is geen verplichting. Gemeenten kunnen in een andere vorm hun advisering inzake stemrechtenverdeling indienen. Belangrijk is dat alle elementen uit het model van de gemeenteraadsbeslissing een plaats en antwoord krijgen in het advies dat de (groep van) gemeenten indienen. U vermeldt daarbij alle criteria die u voorstelt, evenals een gewicht dat u adviseert om aan elk criterium toe te kennen. Vergeet daarbij niet de 2 verplichte criteria te vermelden!

Indien u een bijkomend criterium voorstelt en daarbij gebruik wenst te maken van specifieke brongegevens, vermeld dat dan uitdrukkelijk en zorg ervoor dat de Vlaamse Regering ook gemakkelijk toegang heeft tot die brongegevens (bezorg ze eventueel mee). Bijvoorbeeld wordt voor het aantal huishoudens gebruik gemaakt van de gegevens zoals gepubliceerd door de Algemene Directie Statistiek (ADS, Koning Albert II-laan 16, 1000 Brussel, http://statbel.fgov.be).

Voorbeeld:

Criterium

Bron

Gewicht

de verhouding tussen het aantal sociale huurwoningen per gemeente

Statbel.fgov.be (meest recente datareeks)

… % (standaard: 50%)

de verhouding tussen het aantal sociale huurwoningen per gemeente

VMSW en Wonen-Vlaanderen (meest recente datareeks)

… % (standaard: 50%)

een ander criterium dat verband houdt met wonen, nl. ……………………………..

… % (standaard: 0%)

een ander criterium dat verband houdt met wonen, nl. ……………………………..

… % (standaard: 0%)

….

… % (standaard: 0%)

 

 

Totaal: 100%

 

De Vlaamse Regering zal bij haar beslissing uiteraard rekening houden met alle adviezen van de lokale besturen uit het werkingsgebied. Het wordt in dit verband wel aangeraden dat gemeenten uit éénzelfde werkingsgebied hun advies met elkaar afstemmen. Wanneer de Vlaamse Regering geconfronteerd wordt met niet geheel eensluidende adviezen binnen een werkingsgebied is het immers onvoorspelbaar welke beslissing de Vlaamse Regering zal nemen.

Vragen hieromtrent kan u stellen via woonmaatschappij@vmsw.be.

Procedure wijziging stemrechten

Lokale besturen (meer bepaald die die in het werkingsgebied van de woonmaatschappij liggen en tegelijk aandeelhouder zijn) moeten altijd over de meerderheid van de stemrechten verbonden aan de aandelen beschikken. Dit wil zeggen minstens 50% + 1 stem. 

In artikel 4.102/3 Besluit Vlaamse Codex Wonen, ingevoegd via artikel 72 BVR van 17/12/21, vindt u de procedure waarmee een lokaal bestuur uit het werkingsgebied van de woonmaatschappij een aanvraag kan doen om de stemverhoudingen tussen de lokale besturen uit het werkingsgebied te wijzigen. We raden u aan om alvorens een aanvraag in te dienen, daarvoor bij alle lokale besturen uit het werkingsgebied draagvlak te zoeken.

De procedure verloopt als volgt:

Een of meer lokale besturen die in het werkingsgebied van de woonmaatschappij liggen en aandeelhouder zijn van de woonmaatschappij, kunnen bij het agentschap een gemotiveerd verzoek tot wijziging van de stemverhouding, vermeld in artikel 4.39/2, §2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, indienen. Een verzoek kan alleen ontvankelijk worden ingediend binnen het jaar na de eerste vernieuwde samenstelling van het bestuursorgaan van de woonmaatschappij die volgt op de lokale verkiezingen. Het verzoek wordt met een beveiligde zending bezorgd aan het agentschap. Het agentschap bezorgt binnen veertien dagen na ontvangst van het verzoek een ontvangstbevestiging aan de initiatiefnemers.

Het agentschap bezorgt een kopie van het verzoek aan de gemeenten en OCMW’s die in het werkingsgebied van de woonmaatschappij liggen, aandeelhouder zijn van de woonmaatschappij en het verzoek niet hebben ondertekend. Die gemeenten en OCMW’s kunnen hun schriftelijke opmerkingen bij het verzoek met een beveiligde zending aan het agentschap bezorgen binnen zestig dagen na de dag waarop ze de kopie van het verzoek hebben ontvangen.

Binnen honderdtwintig dagen na de dag waarop de initiatiefnemers de ontvangstbevestiging hebben ontvangen, brengt het agentschap alle lokale besturen die in het werkingsgebied van de woonmaatschappij liggen en er aandeelhouder van zijn met een beveiligde zending op de hoogte van de beslissing. Een afschrift ervan wordt meegedeeld aan de woonmaatschappij, de VMSW en de toezichthouder. Als binnen die termijn geen beslissing wordt genomen, wordt het voorstel geacht te zijn geweigerd.

Bijkomende informatie over de vorming van woonmaatschappijen en webinars

Alle informatie over het traject tot vorming van woonmaatschappijen is beschikbaar op de website van VMSW.

Meer informatie over de concrete stemrechtenverdeling kan u vinden in deze webinars.

De vragen en antwoorden uit de vragenrondes zijn terug te vinden in PDF icon dit vraag- en antwoorddocument (versie 07/04/2022).

Vaak gestelde vragen

De Vlaamse Regering baseert zich op 2 objectieve criteria ( het aantal huishoudens en het aantal sociale huurwoningen). Welke data dienen hiervoor in aanmerking genomen te worden?

Over de data waarop de Vlaamse Regering zich moet baseren om de 2 objectieve criteria in te vullen is niets expliciet bepaald in de regelgeving. In de veronderstelling dat de Vlaamse Regering de stemrechten zal vastleggen in de loop van de maand juni 2022, kan verwacht worden dat ze zich zal baseren op de gegevens voor het aantal sociale huurwoningen zoals beschikbaar op 31/12/20 en voor het aantal huishoudens op 01/01/21. Deze gegevens zijn beschikbaar en zeker, wat voor de nodige transparantie zorgt.

Noteer dat het BVR van 17/12/2021 voorziet dat de gemeenten uit het werkingsgebied om een aanpassing van de verdeling van de stemrechten kunnen verzoeken in het eerste jaar dat volgt op de aanstelling van de nieuwe raad van bestuur na gemeenteraadsverkiezingen. Op dat moment kunnen de gemeenten vragen om een eenvoudige herberekening op basis van de gewijzigde brondata, of ook bijkomende of andere criteria voorstellen die bij de onderlinge verdeling van de stemrechten moeten worden gebruikt.

Indien mogelijk zal rekening gehouden worden met de nieuwe beschikbare gegevens. Maar voor de uniformiteit wil de Vlaamse Regering pas gebruik maken van de meest recente datum, wanneer alle gegevens beschikbaar zijn.

Wat is er al dan niet mogelijk m.b.t. het verdelen van de stemrechten tussen de lokale besturen uit het werkingsgebied?

Wat mogelijk is :

Voorbeelden van mogelijkheden die niet uitgesloten zijn, op voorwaarde dat ook rekening wordt gehouden met de 2 verplichte criteria en het voorstel dat in een advies van de gemeeneraad is opgenomen:

  • een verdeling met zo weinig mogelijk verschillen tussen de lokale besturen, vanuit het principe van gelijkwaardigheid
  • een verdeling die maximaal aansluit bij de financiële inbreng door aandelen van elk lokaal bestuur
  • om de samenwerking van partners-gemeenten te benadrukken, willen we dat elke gemeente uit het werkingsgebied bij de verdeling minstens 5% toebedeeld krijgt, ongeacht het resultaat van de 2 verplichte criteria

 

Wat niet mogelijk is:

  • De Vlaamse Regering kan niet ingaan op uw eventuele vraag om de berekening van de stemrechten jaarlijks te actualiseren op basis van de nieuwe data die jaarlijks beschikbaar worden. Dat komt omdat de stemrechten voor 6 jaar vastgelegd worden in een Besluit van de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering kan enkel ambtshalve wijzigen. Wijzigen op aanvraag kan alleen in het eerste jaar na nieuwe gemeenteraadverkiezingen.
  • Op een advies of voorstel van een gemeenteraad om 1 of 2 van de verplichte criteria uit te sluiten kan de Vlaamse Regering niet ingaan. De decreetgever staat dit immers niet toe. U kan wel adviseren om aan de verplichte indicatoren bijvoorbeeld maar een gewicht van elk 5% toe te kennen, en 90% aan 1 of meerdere andere indicatoren, maar zorg in dit verband ook voor een redelijke motivering.
  • Bijkomende indicatoren die u als lokaal bestuur voorstelt moeten een band hebben met wonen. Wanneer u een indicator zou voorstellen waarbij daarover twijfel bestaat, motiveert u best expliciet de band die de indicator in uw werkingsgebied met wonen vertoont en waarom die relevant is voor de verdeling van de stemrechten. Zo lijkt het ons - bijvoorbeeld - moeilijk om het aantal handelszaken per gemeente als een relevante indicator te verantwoorden. Wees hierin dus redelijk en motiveer voldoende.
Meer vragen