Reageren op klachten over de woningkwaliteit en overbewoning

Als gemeente bent u het eerste aanspreekpunt voor de burger wanneer hij gebreken inzake woningkwaliteit (zoals beschreven in de Vlaamse Codex Wonen) vaststelt aan zijn woning, of aan die van anderen. Tot op heden was de administratieve procedure ongeschikt- en onbewoonbaarheid de meest gangbare procedure bij woningkwaliteitsproblemen. Het optimalisatiedecreet voegt hieraan met de waarschuwingsprocedure een extra dimensie toe.

De waarschuwingsprocedure zorgt voor een decretaal kader van de bemidddelingsrol van steden en gemeenten en geeft hen zo de mogelijkheid om te kiezen voor een zachtere aanpak. De keuzen voor deze procedure is afhankelijk van de kans op succes (aard van de gebreken en welwillendheid van eigenaar), want de bedoeling is om tot een snel herstellen van de gebreken in de woning te komen. De administratieve procedure ongeschikt- en onbewoonbaarheid blijft daarbij natuurlijk een stok achter de deur.

 

 

 

De melding en het verzoek

De burger kan op twee manieren de gemeente aanspreken bij woningkwaliteitsproblemen. Ofwel doet hij een (informele) melding van het gebrek/de gebrekkige toestand, ofwel formuleert hij een formeel verzoek (om de procedure ongeschiktheid / onbewoonbaarheid op te starten).

Het verzoek

Het verzoek kan worden ingediend door het gemeentebestuur, de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn, de gewestelijk ambtenaar, een sociale woonorganisatie, de wooninspecteur of iedereen die blijk geeft van een belang.

Een verzoek om een procedure OO op te starten is gemotiveerd en moet voldoen aan een specifieke vormvereiste: het wordt ingediend via beveiligde zending (aangetekende brief/aangetekende e-mail of schriftelijk tegen een ontvangstbewijs). Als het verzoek mondeling wordt ingediend aan het (woon)loket van de gemeente, dan kan aan die vormvereiste voldaan worden door het standaardformulier ‘verzoek tot opstart procedure ongeschikt-en onbewoonbaarverklaring’ (DT001 Verzoek OO) te gebruiken, dat alle nuttige informatie bevat.

Een formeel verzoek hoeft geen expliciete vraag te bevatten om een woning ongeschikt/onbewoonbaar te verklaren of de procedure ongeschikt- en onbewoonbaarheid op te starten. In de praktijk wordt dit steeds ruim geïnterpreteerd.

De melding

De melding van een gebrekkige toestand van een woning kan door iedereen (bewoner, buur, welzijnswerker, poetshulp, wijkagent,…) gedaan worden, zelfs als men geen belanghebbende is. Er zijn geen voorschriften op welke manier dit moet gebeuren. Dit kan bijvoorbeeld mondeling aan het loket of via telefoon, met een informeel briefje, via e-mail, een intern meldingssysteem van de gemeente,… Er is geen expliciete vraag om de procedure ongeschikt- en onbewoonbaarheid op te starten.

De decreetgever vraagt dat er zowel bij een melding als bij een verzoek een ontvangstbewijs aan de aanvrager wordt gegeven en dat deze goed geïnformeerd wordt over de waarschuwingsprocedure en de procedure ongeschikt- en onbewoonbaarheid. U geeft aan de melder/verzoeker best de folder PDF icon 'Wonen doe je niet op goed geluk. Wat als je woning niet in orde is?' mee. Sommige bewoners denken dat een ongeschikt- of onbewoonbaarheid automatisch recht geeft op prioriteit in de sociale huisvesting of huursubsidie: wijs hen er dus best op dat dit maar in een beperkt aantal gevallen geldt. 

U leest meer over het verloop van de procedure ongeschikt- en onbewoonbaarheid en de nieuwe waarschuwingsprocedure op de pagina 'Wat als uw woning niet in orde is?'.

Regelgeving

Vlaamse Codex Wonen van 2021. Boek 3 Woningkwaliteitsbewaking

Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021. Boek 3 Woningkwaliteitsbewaking

Meer regelgeving

Contact

Meldpunt Woningkwaliteit voor de provincies Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant

Meldpunt Woningkwaliteit voor de provincies Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen